Matrixcalculator (tot 4 × 4)
Voer elke matrix rij voor rij in. Scheid getallen met spaties en rijen met een puntkomma of nieuwe regel.
Resultaat
2 × 2Resultaatgrootte (rijen × kolommen)
- Rij 1
- [ 0,6 -0,7 ]
- Rij 2
- [ -0,2 0,4 ]
- Determinant
- 10
- Conditiegetal (1-norm)
- 14,3
Invoer
- Bewerking
- Inverse van A
- Matrix A
- 4 7; 2 6
Zo wordt het berekend
Optellen en aftrekken gebeurt element voor element; beide matrices moeten even groot zijn.
Resultaat
Resultaatgrootte (rijen × kolommen)
- Rij 1
- [ 0,6 -0,7 ]
- Rij 2
- [ -0,2 0,4 ]
- Determinant
- 10
Zo wordt het berekend
- Optellen en aftrekken gebeurt element voor element; beide matrices moeten even groot zijn.
- Voor A × B moet het aantal kolommen van A gelijk zijn aan het aantal rijen van B.
- Determinant en inverse worden berekend met Gauss-Jordan-eliminatie.
- Een groter conditiegetal betekent een minder betrouwbare inverse.
Voorbeeld
A = [4 7; 2 6]: determinant 10, inverse [0,6 −0,7; −0,2 0,4], conditiegetal 14,3.
Goed om te weten
- Maximale grootte is 4 × 4; elke rij moet evenveel getallen bevatten.
- Een singuliere matrix met determinant 0 heeft geen inverse.
- Zeer kleine waarden (ongeveer 10⁻¹²) worden afgerond naar 0.
Wanneer gebruik je dit?
- Controleer oefeningen en berekeningen uit de lineaire algebra.
- Bereken de determinant of inverse van kleine matrices.
Veelgestelde vragen
Welke matrixbewerkingen kan ik uitvoeren?
Je kunt matrices tot 4 × 4 optellen, aftrekken en vermenigvuldigen, en de determinant, inverse of transponering berekenen.
Wanneer kunnen twee matrices worden vermenigvuldigd?
Het aantal kolommen van de eerste matrix moet gelijk zijn aan het aantal rijen van de tweede, bijvoorbeeld 2 × 3 met 3 × 2.
Waarom heeft een matrix soms geen inverse?
Een singuliere matrix met determinant 0 heeft geen inverse. Bij een bijna singuliere matrix kan die onnauwkeurig zijn.